Adopteer een vroedvrouw
 Printbare versie  Printbare versie
Int Bazaar Luxemburg
Nieuws
Het regende baby's
in de pers

Het regende baby’s.

Een verslag van mijn reis naar Ethiopië van 5 juni tot 6 juli 2010.

Bij mijn vertrek van Schiphol lijkt de maand die voor me ligt toch ineens wel erg lang en als ik mijn jongste dochter zo zie huilen begin ik zelf ook. Tegen de tijd dat ik door het detectiepoortje loop en mijn slippers, broekriem en horloge weer van de lopende band heb gepakt, stromen de tranen pas echt. Het groepje marechaussees dat bij het beeldscherm en rond een pilaar de wacht houdt kijkt verbaasd toe. “Wat ga je dan ook doen”, zie ik ze denken, en zelf denk ik op dat moment hetzelfde.

Wanneer ik na een maand weer op Schiphol land en richting de bagageband in de aankomsthal loop ben ik vreemd genoeg niet eens een ander mens maar nog steeds mezelf. Maar ik voel me lichter, stoerder, en gek genoeg vrolijker. Met een hart vol herinneringen en een hoofd vol besef dat de wereld daar zo goed bij me past. De mensen, het eenvoudigere leven, de dag kunnen beginnen met even zitten, praten en lachen. De tijd hebben voor elkaar. Het woord hectisch is daar nog niet uitgevonden en aan multi tasken doet niemand.

Ik ga eerst een week naar Wolisso om kennis te maken met de vier studenten die voor hun opleiding gesponsord worden door mijn Stichting “Adopteer een vroedvrouw”: Mulatu, Kuri, Mekdes en Girma. Het is een heel bijzondere ontmoeting en met Girma ga ik op een zaterdagochtend mee naar huis om koffie te drinken bij zijn ouders. In St. Luke’s Hospital breng ik weer vele avonden door op de verloskamers, ook als voorbereiding op mijn werk daarna in Mota. Aan de 2e jaars studenten geef ik een les over liggingafwijkingen en aan de 3e jaars een praktijkles over beademing van pasgeborenen. Het verblijf bij de zusters, is net als vorig jaar, heel plezierig.

Daarna naar Mota, een plattelandsziekenhuis voor een gebied van 1 miljoen mensen.

Samen met Hans Doornbos, een gynaecoloog uit Zaandam, ga ik daar als vrijwilliger heen voor de Stichting “Ethiopië bevalt”. Samen met de Australische Barbara May Foundation zetten zij zich in voor het verbeteren van verloskundige zorg op het platteland, inclusief het verrichten van spoedeisende operaties.

Ondanks de bijna middeleeuwse situatie: vaak geen licht, geen stromend water en zo verschrikkelijk vies, voelen we ons daar heel snel thuis. Het tien jaar oude ziekenhuis heeft een hele prettige opzet van lage gebouwen waar je ook buitenom kunt lopen. De ramen staan de hele dag open, de wind waait er lekker doorheen. Als we daar zo rondlopen is het net alsof we er al jaren zijn, terwijl de meeste mensen daar echt nog nooit een blanke gezien hebben. We gaan voor onze koffie gewoon naar de open kantine met het rieten dak en verbazen ons al snel nergens meer over. We werken hard, op de verloskamers en de operatiekamer en zijn ontzettend blij als de eerste spoedkeizersnede en de eerste bloedtransfusie goed verlopen. Het is eigenlijk een soort oorlogschirurgie wat we daar bedrijven. Soms moet iemand de OK lamp gedurende de hele operatie vasthouden om te voorkomen dat ie op het hoofd van Dr. Hans valt. Van een klusjesman heeft nog niemand ooit gehoord.

Als ik in beelden denk zie ik een eindeloze stroom moeders en baby’s, de wachtende familie buiten op de stenen banken, de paard en wagens die als taxi fungeren en de pas bevallen vrouwen ophalen, als ze daar tenminste geld voor hebben. Ik zie haar mooiste feestjurk waar ze in binnen kwam, druipend van het bloed onder het bed hangen na de zware bevalling. Ik zie de echtgenoot dagenlang trouw op een klein krukje naast het bed van zijn doodzieke vrouw zitten. Ik zie de oude vader ’s nachts op de harde grond liggen slapen naast het bed van zijn dochter. Ik zie Dr.Hans weer opereren als de wond niet wil stoppen met bloeden. Ik zie het knikje van de OK verpleegkundige, waarmee ze bedoelt dat de dode baby in de afvalemmer mag. Ik zie de koortsige moeder die door de malaria een vroeggeboorte heeft gehad, het dode baby’tje in een kartonnen doos onder de arm van de vader.

Maar tussen deze verdrietige gebeurtenissen door was er ook veel blijdschap. Een ander soort blijdschap dan bij ons. Bij de geboorte van een baby zijn de mensen daar niet zo uitbundig want een nieuwe baby betekent vooral meer zorg. Weer een mond erbij om te voeden.

Maar elk van de bijna 50 bevallingen waar ik bij was, bij mocht zijn, is een verhaal op zich en een aantal van deze verhalen zal in de komende tijd op de website verschijnen.

Voor mij was het een hele mooie combinatie van het werk voor de Stichting Adopteer een Vroedvrouw en het echte praktische, verloskundige werk. Want meer vroedvrouwen opleiden is heel erg belangrijk maar wereldwijd heeft 15 % van alle barenden spoedeisende verloskundige hulp nodig. En die moet er dan wel zijn. En in Mota is dat nu gelukkig zo !

Kijk ook op www.ethiopiebevalt.nl